Sensomotorische Integratie

Specifieke problemen 

Prikkelzoekers

volgen op linkedin  facebook icoon      

Extreem prikkels zoeken


Wat is het?

Extreem prikkels zoeken is het voortdurend op zoek gaan naar zintuigprikkels - vooral vanuit de omgeving. Alles wat een prikkelzoeker - kind of volwassene - hoort of ziet trekt zijn aandacht. Hij is nieuwsgierig, op de omgeving gericht en altijd 'in' voor nieuwe dingen. Daar is op zich niks mee als die binnenkomende informatie adequaat kan worden gebruikt of verwerkt, zodat er een wisselwerking ontstaat tussen de informatie vanuit de omgeving en het eigen handelen. 

Het probleem ontstaat, als de prikkelzoeker daarin onverzadigbaar is of lijkt, als hij voortdurend gericht is op zijn omgeving en op alle prikkels lijkt te reageren. Het probleem is niet dat hij te weinig prikkels opmerkt zoals bij een ondergevoeligheid, of dat hij prikkels al gauw als vervelend ervaart zoals bij een overgevoeligheid, maar hij lijkt alle prikkels geweldig te vinden. Het probleem is, dat hij daardoor zichzelf overvoert met prikkels en daarin onvermoeibaar is. Dit veroorzaakt druk en chaotisch gedrag.

Prikkelzoekend gedrag komt veelvuldig voor bij kinderen en volwassenen met problemen met de sensomotorische integratie, sensorische informatie verwerking of sensorische integratie. Ook bij kinderen en volwassenen met de diagnose ADHD komt extreem prikkelzoekend gedrag voor. 

De oorzaak van dit probleem ligt niet zozeer bij de binnenkomende zintuigprikkels maar meer bij de verwerking van de prikkels, het gebruik van de prikkels in adequaat gedrag. De motorische component van de sensomotorische integratie. Prikkelszoekers handelen wel, meestal juist heel veel, maar hun aandacht is weinig op hun eigen handelen gericht. Er is weinig feedback of re-afferente van hun  handelen. Sensomotorische integratie is het gebruik van zintuigprikkels in doelgericht handelen. Bij prikkelzoekend gedrag wordt de zintuiginformatie wel opgemerkt, maar te weinig gebruikt. Er wordt te weinig met de betreffende zintuig informatie gedaan. Vaak dient zich alweer een nieuwe zintuigprikkel aan waar de aandacht dan weer op wordt gericht. De zintuigprikkels zijn maar heel even spannend, intressant en boeiend waardoor ze de aandacht onvoldoende vasthouden. Er is te weinig beleving van de zintuigprikkels. 

Hoe herken je het?

Prikkelzoekers zijn het beste te herkennen aan:

Druk en chaotisch gedrag

Deze kinderen en volwassenen reageren op heel veel prikkels, maar zijn dan niet in staat dat in doelgericht handelen of spel vorm te geven. Voorbeelden daarvan zijn:
  • Steeds hoger te willen schommelen door te roepen: "hoger, hoger." Maar hun reactie verandert niet wanneer de schommel hoger gaat.
  • Bij het spelen met ongestructueerde materialen zoals zand, rijst, scheerschuim en vingerverf, ontaardt het spel in chaos. Het materiaal verspreidt zich werkelijk overal. 

Niet lang achtereen hetzelfde spel kunnen spelen

Een spel of een activiteit verveelt al gauw omdat ze er te weinig plezier aan beleven. Het 'doen' op zich houdt hun aandacht te weinig vast. Voorbeelden daarvan zijn:
  • Bij het spelen van een spel of het bezig zijn met een activiteit  steeds vragen: "Wat gaan we straks doen?" 
  • Niet alleen kunnen spelen maar een volwassene nodig hebben om met een spel te spelen of met een bepaalde activiteit door te gaan. Zelf hebben ze al gauw genoeg van bepaald spel of activiteit en willen dan weer iets anders gaan doen. 

Wat doe je er aan?

Het belangrijkste is om je kind meer plezier te laten beleven aan het bezig zijn met een activiteit of een spel. De aandacht wordt dan meer op het eigen handelen gericht en niet meer voortdurend op de omgeving. Het is totaal niet in het belang van je kind om aan zijn 'wensen' tegemoet te komen en hem voortdurend andere en steeds nieuwe informatie aan te bieden. Dat leidt tot voortdurende chaos. Het is vaak beter om zelf een bepaalde activiteit uit te kiezen, en die samen met je kind een bepaalde tijd te gaan doen. Begin bijvoorbeeld met vijf minuten en dan te kijken of je dat langzaamaan uit kunt uitbreiden. 

Informatie van eigen handelen versterken door:


Gebruik van gewichten en zware materialen.
Door het gebruik van gewichten en zwaardere materialen ondervinden  bewegingen wat meer weerstand, waardoor we iets meer kracht moeten zetten en er meer zintuiginformatie uit onze spieren naar onze hersenen gaat. Dit is vooral proprioceptieve zintuiginformatie. Dit helpt om je aandacht beter bij je werk te houden. Bij extreem prikkel zoekend gedrag is het belangrijk om dagelijks een spelletje of activiteit met extra weerstand te doen. Enkele voorbeelden:
  • Laat een activiteiten zoals eten of met lego spelen gedurende een bepaalde tijd met polsgewichten uitvoeren. Begin bijvoorbeeld met twintig minuten en doe dan de polsgewichten af, terwijl je kind met die activiteit doorgaat. Verminder bijvoorbeeld het dragen van de gewichten na een week tot achttien minuten enzovoort. 
  • Laat je kind naar school lopen of de hond uitlaten met enkelgewichten om. Koppel het dragen van de gewichten aan die specifieke activiteit. 

Er een wedstrijdje van maken.
Door van een bepaalde activiteit een wedstrijdje te maken, wordt je kind zich bewust wat hij doet. Zijn handelen heeft een bepaald gevolg. Het is het beste om met de uitvoering van een bepaalde activiteit punten te laten verdienen en minder de nadruk te leggen op de snelheid. Zorg ervoor dat het verdienen van punten en daarmee de wedstrijd winnen voor je kind een haalbare uitdaging is. Enkele voorbeelden:

  • Tennisballen gooien in een emmer. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld twintig tennisballen en laat je kind tellen hoeveel er in de emmer zijn beland. Je kunt hem het resultaat op een papier laten opschrijven en kijken of hij de volgende keer meer ballen in de emmer kan gooien. Je kunt dit spel variëren door het ook nog een keer met polsgewichten om te doen, van een andere afstand en zelfs met zijn ogen dicht. 
  • Het schommelen afwisselen met stoppen. Je kind één keer heen en weer laten schommelen en daarna moet hij de schommel stoppen door stevig met zijn voeten op de grond te gaan staan. Je kunt dan een soort vak op de grond tekenen waarin zijn voeten terecht moeten komen. Waar dan weer punten mee te verdienen zijn. 
  • Je kunt je kind bovenop handdoeken, knuffels of andere materialen laten liggen die je dan probeert onder hem uit te trekken. Zie ook Boven op verschillende materialen liggen
  • Duwspelletjes. Je laat je kind tegen jouw handen duwen en daarmee  moet hij proberen jou bijvoorbeeld over een bepaalde lijn te duwen. Je kunt zelf ook in kruiphouding gaan staan en je kind vragen je omver te duwen. 
Voelspelletjes.
Door allerlei voelspelletjes help je je kind om zijn lichaam en daarmee ook zijn bewegingen beter te voelen. Hij zal daardoor zijn bewegingen ook beter kunnen sturen. Enkele voorbeelden daarvan zijn:


Op de grond spelen.  
Het is belangrijk dat je kind zijn eigen bewegingen beter gaat voelen en daar dan automatisch meer zijn aandacht op richt. Dat lukt vaak veel beter als een kind op de grond speelt. Het is belangrijk dat hij beweegt door zich van de grond af te zetten en weer op die grond steun te nemen. De grond wordt als het vaste basis gebruikt om te bewegen. Dat helpt hem om zijn bewegingen beter te laten 'gronden' of voelen. Enkele voorbeelden daarvan zijn:


Ook Veronica Sherborne en de Floortime therapie zoals beschreven door Greenspan, geven veel spelmogelijkheden voor het spelen op de grond.
Zie ook hiervoor ook het boek  Sherborne bewegingspedagogiek


Aanbevolen boeken betreffende prikkelzoekers:
 
Winnie Dunn: Leven met sensaties.
Lucy Miller, Doreit Bialer: No longer a Secret


Els Rengenhart © 2011-2016  Privacybeleid